De vuistregel is simpel: één toilet per vijftig gasten. De praktijk is dat niet, want een receptie van twee uur vraagt iets anders dan een bruiloftsfeest tot drie uur 's nachts. Zo reken je het uit — en zo weet je welke toiletwagen erbij hoort.

Begin met de vuistregel

Voor een gemiddeld feest waar gegeten en gedronken wordt, houden verhuurders en de hygiënerichtlijn voor evenementen ongeveer één toilet per vijftig gasten aan. Bij een gemengd gezelschap tel je urinoirs voor de heren mee — die verwerken meer bezoeken per uur dan een toiletpot.

  • Tot 100 gasten: 2 toiletten + 1 urinoir
  • 100 – 250 gasten: 3 toiletten + 2 urinoirs
  • 250 – 500 gasten: 4 toiletten + 3 urinoirs
  • 500 – 1.500 gasten: 10 tot 14 toiletten, of meerdere wagens

Dat is niet toevallig precies de opbouw van ons assortiment: de DL111, de DL212, de DL313 en de DL1400 zijn op die aantallen gebouwd.

Drie dingen die de vuistregel opschuiven

De duur. Op een receptie van twee uur gaat lang niet iedereen naar het toilet. Op een feest van acht uur gaat iedereen meerdere keren. Reken bij een avond die tot na middernacht doorgaat een maat groter.

Drank. Bier en wijn doen wat ze doen. Een bruiloft met een open bar vraagt meer dan een netwerkborrel met koffie. Bij een festival met biertap is het aantal bezoeken per gast twee tot drie keer zo hoog als bij een dagmarkt.

Piekmomenten. Na de ceremonie, in de pauze van een voorstelling, direct na het diner: dan wil iedereen tegelijk. Meer wastafels helpen daar meer dan je denkt — daarom heeft de DL313 Deluxe er vier.

Rekenvoorbeeld. Bruiloft, 180 gasten, feest van 16:00 tot 01:00 met diner en open bar. De vuistregel zegt 3 tot 4 toiletten. De duur en de bar zeggen: neem een maat groter. Dus niet de DL212 (3 toiletten), maar de DL313 (4 toiletten + 3 urinoirs, warm water) — en die is per dag zelfs € 150 goedkoper (vanaf € 345 in plaats van € 495).

Geen riool? Dan reken je anders

Bij een toiletwagen zonder afvoer gaat het niet om het aantal potten maar om het aantal toiletbezoeken per tankvulling. Een vacuümwagen spoelt met een halve liter, dus één tank gaat lang mee: ruim 400 bezoeken bij de DL11 en DL111, ruim 750 bij de DL212.

Vuistregel: reken op twee tot drie bezoeken per gast per avond. Bij 150 gasten zit je dan op 300 tot 450 bezoeken — de kleine vacuümwagens halen dat net, de DL212 ruim. Bij een meerdaags evenement plannen we tussentijds legen in, dus dan is de tankgrootte minder spannend dan het aantal potten.

Vergeet de toegankelijke voorziening niet

Bij evenementen en openbare locaties wordt steeds vaker een rolstoeltoegankelijk toilet verwacht — en soms geëist. De MIVA-container zet je naast de wagens neer. Hij telt niet mee in de vuistregel, maar hoort er wel bij.

Twijfel je? Laat het ons uitrekenen

Zet in je aanvraag hoeveel gasten je verwacht, hoe lang het duurt en wat er op locatie ligt. Dan adviseren wij een wagen — en zeggen we ook als een maat kleiner volstaat. Zo huur je niet te groot of te klein.

Veelgestelde vragen

Hoeveel toiletten per 100 gasten?

Voor een feest van een avond met eten en drinken: reken op minimaal twee toiletten en een urinoir. Een compacte toiletwagen zoals de DL111 dekt dat precies.

Tellen urinoirs mee als toilet?

Voor de heren wel, en ze verwerken meer bezoeken per uur dan een toilet. Daarom heeft een wagen met urinoirs bij een gemengd gezelschap effectief meer capaciteit dan het aantal potten doet vermoeden.

Wat als ik geen riool heb?

Dan kies je een vacuümwagen. Die rekent in toiletbezoeken per tankvulling: ruim 400 voor de kleine maten, ruim 750 voor de DL212.

Wat gebeurt er als ik te weinig toiletten heb?

Rijen, en gasten die het terrein verlaten of de bosjes opzoeken. Bij evenementen kan de gemeente er bovendien op handhaven. Te weinig is duurder dan een maat groter.

Hulp bij de keuze?

Wij rekenen het uit en sturen binnen 24 uur een vrijblijvende offerte.

Vraag offerte aan